E-tip 2026-11: Vakantiedagen bij slapend dienstverband
In E-tip 2025-36 hebben wij u geïnformeerd over een uitspraak van de kantonrechter Arnhem van 12 augustus 2025 die had geoordeeld dat een zieke werknemer over de gehele ziekteperiode dus niet alleen de eerste twee jaren, volledig wettelijke vakantie-uren opbouwt, ongeacht of hij arbeid verricht en ongeacht of hij recht heeft op loon.
Nadien zijn er vier uitspraken geweest over dit onderwerp waarin (deels) tegenstrijdige uitspraken zijn gedaan.
&nspb;
Zo oordeelde de kantonrechter Rotterdam op 24 februari 2026 dat er geen recht op vakantieopbouw ontstaat tijdens het slapende dienstverband. De werkneemster met een slapend dienstverband heeft geen werk om van te herstellen: zij heeft immers geen verplichting om arbeid te verrichten en geen verplichting tot re-integratie. Dat recuperatie bij langdurig zieke werknemers die geen verplichting meer hebben tot re-integratie niet aan de orde is, volgt ook uit het Daf-arrest van de Hoge Raad. De door het Hof van Justitie EU geformuleerde doelen (bijkomen door rust, ontspanning en vrije tijd) kunnen dus niet meer worden behaald. Dat het vakantieloon bedoeld is om werknemers tijdens hun vakantie in een economisch vergelijkbare positie te brengen, zoals het Hof van Justitie EU herhaaldelijk heeft geoordeeld, speelt evenmin bij een slapend dienstverband. Een zieke werknemer die niet in staat is om te werken zal na 104 weken in de regel recht hebben op een uitkering. Als de werknemer een WIA- of WW-uitkering ontvangt, dan mag hij met behoud van uitkering ook vakantie genieten. Tijdens vakanties loopt die uitkering immers door. Er is in onze nationale regelgeving dus een andere voorziening die ook voorziet in betaalde vakantie voor de werknemer met een slapend dienstverband. Als de werknemer in dezelfde periode ook nog betaalde vakantiedagen zou opbouwen, dan is dat dus dubbelop. Gelet op dit alles kan niet worden gezegd dat artikel 7:634 lid 1 BW strijdig is met artikel 31 lid 2 EU-Handvest.
&nspb;
Ook de literatuur is verdeeld. Naar verwachting zal over dit onderwerp nog veel vaker worden geprocedeerd, tot de Hoge Raad uitsluitsel geeft over de vraag of vakantiedagen worden opgebouwd tijdens een slapend dienstverband. De kantonrechter is daarom voornemens prejudiciële vragen aan Hoge Raad te stellen over opbouw vakantiedagen tijdens slapend dienstverband. Tot die tijd moeten we het doen met tegenstrijdige uitspraken.
Wordt vervolgd.